Home / Recent / Mesttest: 11 Manieren om wormresistentie te vertragen

Mesttest: 11 Manieren om wormresistentie te vertragen

Wormmiddelen hebben hetzelfde effect als antibiotica. Hoe meer je ze gebruikt, hoe sneller resistentie zich ontwikkelt en daarmee de effectiviteit van wormmiddelen afneemt. Er zijn geen nieuwe wormmiddelen op kort termijn op de markt te verwachten. Als de bestaande wormmiddelen niet meer werken, is het heel lastig om parasieten bij paarden onder controle te houden. Dit is een schrikwekkend vooruitzicht voor paardenbezitters en staleigenaren. Vandaar: 11 manieren om wormresistentie te vertragen.

Graassystemen1

Graassystemen. Mesttest.com.

We willen geen overmatig gebruik van wormkuren maar wel de wormpopulatie onder controle houden. Het goede nieuws is dat chemicaliën niet het enige wapen is in de strijd. Wat we nog meer kunnen doen staat in de volgende elf punten:

1 Gebruik de medicatie doelgericht door vooraf mestonderzoek te doen.
Aan de hand van de uitslag alleen de hoge ei-uitscheiders behandelen. Wormen ontwikkelen wormresistentie door blootstelling aan wormmiddelen. Dus niet alle paarden in de kudde ontwormen indien enkele paarden een hoge uitslag hebben. Een kleine hoeveelheid wormen is niet gevaarlijk voor de gezondheid van een paard. Probeer paarden niet wormvrij te krijgen maar controleer ze met mestonderzoek regelmatig of de wormbesmetting te hoog is.

2 Voorkom onderdosering.
Blootstelling aan een te lage dosering zal niet voldoende zijn om de wormen te doden maar biedt wel de mogelijkheid om wormresistentie te ontwikkelen. Als het gewicht van het paard geschat wordt met een meetlint of een andere methode tel dan 10% bij het gewicht op. Alle wormmiddelen hebben een hoge veiligheidsmarge qua gebruik. Het is beter om te veel wormmiddel toe te dienen dan te weinig.

3 Na ontworming niet gelijk op een nieuwe weide zetten.
Dit is een methode die veel is toegepast maar ondertussen achterhaald is. Een nieuw weiland heeft relatief weinig wormeitjes en larven in het gras. Resistente wormen blijven na ontworming achter in het darmstelsel en op de nieuwe weide zal er geen verdunning met niet-resistente wormen plaatsvinden. Beter is het om ontwormde paarden minimaal enkele dagen op de oude weide te houden. Dan nemen ontwormde paarden niet-resistente larven van het weiland op waardoor er verdunning met resistente wormen plaatsvind.

4 De kudde samenstelling zoveel mogelijk gelijk houden
en niet steeds nieuwe paarden in de groep plaatsen.

5 Rotatie van weilanden of stripbegrazing reduceert de kans op worminfectie.
Bij rotatie gaan paarden na een aantal weken van het ene naar het andere weiland. Bij stripbegrazing krijgen paarden dagelijks een verse strip gras aan de voorkant. Eventueel schuift de achterkant van het weiland ook mee zodat gras tijd krijgt om te herstellen. De grasopbrengst is met rotatie of stripbegrazing hoger dan bij continue begrazing. Voorkom hierbij overbezetting en overbegrazing van het weiland waardoor paarden in de buurt van de mest gaan eten. Van nature vermijden ze grazen rondom de mest.

6 De allerbeste maatregel is het verwijderen van mest uit het weiland.
De kleine bloedwormeitjes in de mest komen in het weiland uit en ontwikkelen zich tot larvenstadia 1, 2 en 3. De snelheid waarmee dit gaat is afhankelijk van temperatuur en vocht. Alleen larvestadium 3 (L3) is infectieus. Verzamel daarom de mest twee tot drie keer per week en bij warm weer om de dag. Mestplekken uitmaaien en weide slepen is effectief bij droge, zonnige en onbewolkte weersomstandigheden. Het UV licht doodt de wormeitjes en larven. Bij grijs, bewolkt weer vindt door slepen verspreiding van de wormeitjes en larven plaats waardoor de weide verder besmet raakt.

7 De mesthoop niet aangrenzend aan het weiland.
Larven uit de mest migreren bij droge condities tot een meter buiten de mesthoop. En bij natte condities tot drie meter buiten de mesthoop.

8 Begrazing afwisselen met andere grazers zoals koeien en schapen is nuttig.
Tenzij het weiland besmet is met leverbot of longworm. Bij koeien en schapen komt veel leverbot voor in natte, drassige weilanden. Een paard is een slechte gastheer voor leverbot maar bij zware besmetting van het weiland gaat het infectierisico omhoog. Ezels zijn drager van longworm en kunnen paarden besmetten.

9 Doe mestonderzoek bij binnenkomst van nieuwe paarden.
Indien ontworming nodig is dan twee weken in een apart weiland en stal houden. Na twee weken weer mestonderzoek doen om eventuele wormresistentie uit te sluiten.

10 Wees voorzichtig als je paard transporteert en op andere weilanden laat grazen.
Tijdens wedstrijden, evenementen, trainingen en vakanties is het beter om hooi te voeren. Van de onbekende weilanden kunnen ze gemakkelijk wormlarven opeten en mee naar huis nemen. Paarden die leven in een groep met een of meerdere reizende paarden hebben een hoger worminfectie risico dan paarden die leven in gesloten kuddes.

11 Stalhygiëne
uitvoeren door stallen, paddocks, voeder- drinkbakken goed schoon te houden.

Hoe weet je of er sprake is van wormresistentie?
In de loop van de jaren zal langzaam een opbouw van wormresistentie plaatsvinden tegen bepaalde wormmiddelen. Wormresistentie test je door twee weken na ontworming nogmaals mestonderzoek te doen. Als het aantal wormeitjes niet met 85 tot 95% gereduceerd is, is er mogelijk sprake van wormresistentie. Zeker voor fenbendazol (merknaam Panacur) komt veel wormresistentie van kleine bloedworm voor. Fenbendazol is wel goed inzetbaar tegen spoelwormen.
Neem altijd contact op met je dierenarts indien er mogelijk sprake is van wormresistentie.

Meer weten over mestonderzoek? Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Mesttest.com.

Ciska Ketelaar
Mesttest.com

Over Ciska Ketelaar, Mesttest.com

Ciska Ketelaar is veterinair natuurgeneeskundige en heeft net zoals haar man Dr. Klaas van Gorp een chemische opleiding gevolgd. Voor Mesttest.com verzorgen zij cursussen mestonderzoek en leveren de bijbehorende microscopen en testkits.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet getoondVerplichte velden zijn gemarkeerd *

*