Home / Welzijn / Hoeven / 72 procent van de paarden heeft hoefaandoeningen

72 procent van de paarden heeft hoefaandoeningen

hoefsmid72 procent van alle paarden heeft één of meerdere hoefaandoeningen, gemiddeld 1,3 aandoeningen per paard, zo blijkt uit onderzoek. Als de hoefsmid vaker komt, heeft het paard gezondere hoeven. “Er is een significant verband tussen witte lijnziekte (DLD) en het dragen van hoefijzers,” aldus Menno Holzhauer, leider van het onderzoek. “En er is een verband tussen stalhygiëne en het voorkomen van rotstraal. 48 procent van de paarden heeft rotstraal, dat zie je vooral als de stallen minder vaak worden uitgemest. We willen graag vervolgonderzoek om onder andere te achterhalen of het de hygiëne an sich is, of dat bepaalde bodembedekkers in de stal bijvoorbeeld meer of minder vocht opnemen. Dan kunnen we paardeneigenaren beter adviseren om hoefaandoeningen te voorkomen.”

De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) voerde in 2012 samenwerking met de Faculteit Diergeneeskunde van de universiteit Utrecht en dierenkliniek Emmeloord een onderzoek uit naar hoefaandoeningen op zeven grote stallen (20 tot 100 paarden per stal). Het onderzoek werd gedaan als de hoefsmid langskwam. Negentig (niet kreupele) paarden, KWPN-ers tussen één en achttien jaar oud, werden bekeken. Het doel van het onderzoek was hoefaandoeningen voorkomen door ze te inventariseren en tegelijkertijd in kaart te brengen hoe de paarden gehouden/gemanaged worden. Onderzoeksleider Menno Holzhauer, senior consultant van de GD, schrok van de uitkomst. “Ik wist niet dat er zoveel paarden met hoefaandoeningen zijn. Dat is niet goed voor het paardenwelzijn, maar het is voor een professionele paardenhouder, zoals een manegehouder, bedrijfstechnisch ook niet handig als paarden niet kunnen worden ingezet. Voor ruiters is het ook teleurstellend als je niet kunt rijden. Bij de Faculteit Utrecht zijn ze heel goed in het stellen van diagnoses en het behandelen van hoefproblemen, wij van de GD willen graag preventie: wat kunnen we doen om te voorkomen dat paardenhoefaandoeningen krijgen? Vandaar dat we graag vervolgonderzoek willen uitvoeren.”

Resultaten van het onderzoek

  • De hoefsmidbezoek varieerde van eens per zes à acht weken tot twee keer per jaar. Als de hoefsmid vaker komt, is de kans op hoefaandoeningen en ongelijkheid van de hoeven duidelijk minder hoog.
  • Bij 72% van de paarden werd een of meer aandoeningen van de hoeven geconstateerd, gemiddeld 1,3 aandoeningen per paard.
  • Bij alle stallen waren paarden met hoornscheuren (31,1% van de paarden, in 71,4 % van de gevallen oppervlakkige scheuren).
  • 7% van de paarden had een z.g. losse wand, vooral in combinatie met Witte lijn ziekte (White line disease, WLD, 4.4%). WLD kwam alleen voor bij paarden op ijzers.
  • 48% van de paarden had rotstraal, de kans daarop bleek groter als de stal minder vaak uitgemest wordt of als het paard op een zandbodem staat, in plaats van op stro of vlas.
  • 13,3% van de paarden hadden zoolkneuzingen.
  • Bij 20% van de paarden werden groeiringen aangetroffen.

Vervolgonderzoek

Gezien het hoge aantal hoefaandoeningen is het voor het paardenwelzijn belangrijk om meer inzicht te krijgen in hoe de paarden worden gehouden en welke gevolgen dat heeft dat voor de hoefgezondheid. Dat vereist een vervolgstudie onder meer bedrijven. “Dit eerste onderzoek was onder een beperkt aantal bedrijven, nu willen we het graag groter aanpakken, zodat we heldere getallen krijgen. Komt een bepaalde aandoening meer voor bij een bepaald bedrijf? Hoe kan dat?”
Getrainde hoefsmeden zouden kunnen meewerken door allen dezelfde scorekaart in te vullen. Met alle diagnoses die dit zou opleveren, is het wellicht in de toekomst mogelijk om een geautomatiseerd overzicht van de hoefgezondheid van paarden te krijgen. Paardeneigenaren zouden dan door een druk op de knop inzicht kunnen krijgen in de gezondheid van de hoeven van hun paard, en zo nodig (in overleg met een deskundige) tot een plan van aanpak kunnen overgaan. “Denk hierbij aan managementinformatie: stel dat een bepaald soort bodembedekking in de stal duurder is, maar wel beduidend minder risico geeft op bepaalde hoefproblemen. Dan is het op korte termijn duurder, maar op lange termijn beter voor de gezondheid van het paard. Het scheelt dan hoefsmid- en dierenartskosten.”
Voor vervolgonderzoek worden nog financiers gezocht.

 

De aanpak van het onderzoek
Van elk paard zijn de vier hoeven door getrainde personen ‘gescoord’ (beoordeeld aan de hand van een van te voren vastgelegd protocol, red.) na het verwijderen van de ijzers en het schoonmaken en bekappen. Bij deze scoring is gekeken naar conformatie (ziet de hoef eruit zoals hij eruit zou moeten zien?), hoornkwaliteit en eventueel aanwezige aandoeningen. Verder werd informatie verzameld over het type strooisel, de frequentie van het schoonmaken van de stallen, het type voer, krabben van de hoeven, et cetera. Van de onderzochte paarden werd 57% op stro gehouden, 29% stond op vlas en 14% stond in een loopstal bedekt met (nat) zand.

Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief van Paardvisie en mis niks meer!

 

 

Over Redactie

De redactie van Paardvisie schrijft over alles dat met paarden, paardenmensen en (buiten)leven met paarden te maken heeft. Je bereikt de redactie door te mailen naar info@paardvisie.nl

Een reactie

  1. Er wordt gezegd: er is een significant verband tussen witte lijn ziekte (white line disease) en het dragen van hoefijzers. Witte lijn ziekte wordt veroorzaak door een bacterie en een schimmel. In hoever is onderzocht dat de hoefsmid de witte lijn ziekte niet kan overbrengen op andere paarden?Wordt het materiaal waar de smid mee werkt telkens opnieuw gedesinfecteerd?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet getoondVerplichte velden zijn gemarkeerd *

*